Volkstuin- en Recreatietuinvereniging Bodegraven

      Opgericht november 1972  

                                     

Clubblad                    


Veertiende  Jaargang                

Winter 2020 no: 3                 



++++++++++++++++++++++++++++++++++++                                              

Bestuur:

*Aad Beens

tel: 0172-611590

(voorzitter)

e-mail: niekerkbeens@kpnmail.nl

Emmakade 43

2411 JC Bodegraven

*Piet van Kooten                     

tel.: 0172-612786

(vicevoorzitter/penningmeester

wnd. tuincommissaris West)

e-mail:pietvankooten@casema.nl

Koninginneweg 139           

2411 XN Bodegraven

*Mandy de Wit            

 tel.: 06-18378178 

(secretaris)                 

 e-mail: froggy76@live.nl                                       

Waagpoort 16  2411 SC Bodegraven

*Arjen Boekhorst       

tel.: 0172-611811

(winkelcommissie)     

e-mail: arjenbaukje@icloud.com

De Deel 3 

2411 SH Bodegraven


*Bert de Ruiter

tel.: 0172-615279 

(tuincommissaris Oost)

e-mail: ruiter108@zonnet.nl

Koninginneweg 413

2411 XT Bodegraven 


????                                                 vacature

(tuincommissaris West)

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

        Bankrekeningnummer: NL52 RABO 0398 8379 96

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Inleveren bestellijst Garant Zaden

 Beste medetuinders,

 Samen met deze uitgave van het clubblad ontvangt u ook de jaarlijkse catalogus van onze vaste zadenleverancier, Garant Zaden. Wilt u ook dit jaar uw zaden, pootaardappeltjes en/of andere tuinbenodigdheden weer via onze tuinvereniging bestellen? Lever dan tijdig een ingevulde bestellijst in bij een van onderstaande bestuursleden:

 Arjen Boekhorst                                            Piet van Kooten

          de Deel 3                             of                         Koninginneweg 139

          2411 SH Bodegraven                                     2411 XN Bodegraven

 Zij verwachten uw bestelling voor 9 januari 2021

 Leden die een bestelling van 2,5 of 5 kilo pootaardappelen de vorig keer te veel vonden, kunnen deze dit jaar ook bestellen per 1 kilo of per 500 gram. Hiervoor is een aparte bestellijst toegevoegd.

 Het bestuur


++++++++++++++++++++++++++++++++++

Van de voorzitter

Beste leden,

 Het jaar is al weer bijna om. Het was een vreemd jaar met corona en een droge zomer.We hebben in november afscheid genomen van een aantal tuinders die hun tuin hebben opgezegd. Helaas kwamen er ook enkele tuinen vrij door het overlijden van de tuinder. Ik noem hier vooralnog een keer de naam van onze tuincommissaris Jan. Als bestuur en verenigingsleden werden we pijnlijk getroffen door het onvermijdelijke bericht dat zijn lichaam op 25 augustus de strijd vanwege Jans ziekte had moeten opgeven. In de verenigingsmail waarin hij het overlijdensbericht verspreidde, schreef Piet treffend: „Wij verliezen in hem een goed medebestuurslid en een grote vriend.” Het bestuur sluit zich daar volmondig bij aan en denkt met dankbaarheid terug aan de harmonieuze en samenbindende manier waarop Jan zich voor de vereniging heeft ingezet. „Mijn maatje, onze lieve vader, schoonvader engezellige opa is thuisgekomen bij de Vader”, schreef Irene op de rouwkaart. Wij wensen de familie toe dat die woorden hen tot blijvende troost mogen zijn in het gemis.

Ik memoreer hier verder nog het overlijden van Leen Spee op 10 november en met nadruk ook dat van clubicoon, oud-lid en Lid van Verdienste Teun Struijk op 4 september. Wij zijn zeer veel dank verschuldigd aan deze man vanwege zijn grote (bestuurs)inzet voor onze vereniging. Laten wij Teun niet vergeten. Vanaf deze plaats wenst het bestuur ook deze beide families sterkte toe.

De belangstelling voor onze vereniging is groot: op 24 oktober stonden er nog 15 mensen op de wachtlijst. Hierbij verwelkom ik de nieuwe tuinders. Ik hoop dat zij zich snel thuis zullen voelen bij onze vereniging!

Het is inmiddels een kleine traditie geworden om in het clubkrantje een afbeelding af te drukken van het spraakmakende opiniestuk van ene Carel Pronk dat in oktober 2019 in het Algemeen Dagblad stond. In dit hilarische stukje schetst Pronk hoe zijn besluit om een volkstuintje te beginnen, uitdraaide op een enorme teleurstelling. Kort samengevat: veel moeite, veel werk, met als resultaat: veel onkruid, maar geen oogst. Het bestuur plaatst dit stukje natuurlijk niet om u als beginnend tuinder te ontmoedigen, want daar is lekker bezig zijn op je tuintje en je collega- tuinders leren kennen veel te leuk voor. De enige, goedbedoelde boodschap is: Begin niet te ambitieus of te overmoedig, maar pak het –zeker in het begin–verstandig en weloverwogen aan. Sleep dus niet allerlei oude troep naar de tuin (plastic, gammel meubilair en andere kringloopwinkelzooi), waarvan u in eenopwelling denkt dat u daar nog heel veel plezier aan gaat beleven. Dat gaat u niet: wat tuingereedschap is om tebeginnen genoeg. Om grote teleurstellingen à la die van Carel Pronk te voorkomen kunt u te allen tijde een ervaren buurman of buurvrouw raadplegen en om tips vragen. Zij helpen u graag verder en zo heeft u meteen kennisgemaakt.

Dit jaar hadden wij nogal last van inbraak. Uit diverse tuinhuisjes is gereedschap gestolen. Vaker was er sprake van vandalisme waarbij zaken overhoop zijn gegooid, blikjes zijn opengemaakt op zoek naar ….  en allerhande klein spul (zelfs snoep) werd meegenomen. Heel vervelend want er zijn altijd braaksporen en sloten die hersteld moeten worden. Wilt u s.v.p. altijd aangifte doen bij de politie? Het kost tijd, ik weet het, maar het is belangrijk om bij de politie in beeld te blijven. Onlangs had ik een gesprek met de wijkagent om te bespreken wat we aan preventie zouden kunnen doen. Dat is niet eenvoudig. Het bestuur onderzoekt of er iets mogelijk is met camera’s maar dat blijft toch een moeilijke zaak.

 Wat kunt en zou u zelf moeten doen?

  • Op de eerste plaats: goed opletten of er niet-leden op de tuin lopen. Het gebeurt regelmatig dat onbevoegden op het complex lopen. Dat is verboden; iets wat op  de borden bij de ingangen ook luid en duidelijk staat vermeld. Het zou prettig zijn als u, wanneer u onbekenden ziet lopen, deze er op wijst dat zij hier niet mogen zijn.

• Op de tweede plaats is het belangrijk dat het niet mogelijk moet zijn via de sloot op de tuinen te komen. Nu is het zo dat sommige leden nog steeds een plank over de sloot hebben liggen. Dat maakt het voor kwaadwillenden wel erg gemakkelijk om op de tuinen te komen. Zeker voor het vandaaltjes die rotzooi willen trappen en vanaf de weilanden ongezien de tuinen op willen.

•  Als u ziet dat iemand bezig is met inbreken of vernielingen aanrichten alarmslaan; bel de politie, maak (ongezien!) een foto. Dankzij een alerte reactie heeft de politie dit najaar een aantal jongens kunnen betrappen en met hun ouders gesproken. Het helpt dus echt. Maar u mag niet zelf de inbrekers tegenhouden.

•  Als u ’s avonds als laatste naar huis gaat, moet het hek dicht. Ik hoop dat iedereen wil meewerken.

Van de gemeente hebben wij zakjes bloemzaad gekregen om uit te delen. Het gaat om zaad van bloemen die goed zijn voor bijen en insecten. U ontvangt ze tegelijk met de catalogus van Garantzaden; iets waarop u ook op pagina 3 van deze clubkrant al werd geattendeerd. Als u de zaden liever niet op uw tuin wilt gebruiken, zaai ze dan ergens

anders uit (er is genoeg plek in de gemeente) of geef ze weg. Insecten zijn belangrijk.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

   Help: Het bestuur is te klein

Hierbij een dringende oproep aan alle leden om zich verkiesbaar te stellen voor het bestuur van onze vereniging. In het bestuur moeten minimaal 5 mensen zitten maar dat is al een tijdje niet meer het geval. Er zijn op dit moment minstens twee nieuwe bestuursleden nodig. Als we het bestuur niet weten aan te vullen wordt het moeilijk om goed te kunnen draaien en blijven we teveel op routine gefocust. Meer mensen betekent meer denkkracht en meer handen aan het werk. Denkt u er eens over na en neem contact met me op.Verder zoeken we nog steeds nieuwe tuincommissarissen. Ook hier is hulp nodig.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ 

Tenslotte, in de winter is het de tijd om een tuinplan te maken voor het nieuwe seizoen. U denkt er natuurlijk al aan om wisselteelt toe te passen. Dus de gewassen te laten rouleren en niet elk jaar de aardappelen, uien, kolen enz. op dezelfde plek te zetten.

Hebt u er al eens over gedacht om kruiden en bloemen tussen de gewassen te zetten? Deze maken uw tuin niet alleen mooier maar kunnen ook helpen om schadelijke insecten te weren of de groei van uw groenten te bevorderen. Sterk geurende planten tussen de kolen helpt tegen de witte vlieg, bonenkruid stimuleert de bonen, … enz. Ook kan het helpen sommige groenten naast elkaar te verbouwen.

 Om te besluiten wens ik u goede feestdagen. Laten we het ondanks de corona- maatregelen toch gezellig maken.

 Aad Beens


Compost: het goud van de tuin

 „Bewaar jij ook ergens goud op je tuin?” Steeds als ik die vraag aan collega-tuinders voorleg, ontmoet ik verbaasde blikken. Goud? Hier? Natuurlijk niet.” Maar als ik hun tuin verder oploop, zie ik die voorraad vaak wel degelijk liggen …… de jaarlijkse berg groente- en tuinafval.Wees er zuinig op! En doe er je voordeel mee!

 Geregeld kom ik ze tegen; tuinders die aan het eind van de zomervakantie een aanhanger huren of lenen om daarmee hun afgemaaid gras, hun weg geschoffelde onkruid en hun groenteresten te kunnen wegbrengen naar het afvalstation. Daar ben je dan maar mooi vanaf, toch? Je moet er niet aan denken dat je de hele winter met die troep zit opgescheept.                                                                              Maar klopt dat wel? Is het samenraapsel dat overblijft nadat je je tuin een goede onderhoudsbeurt hebt gegeven wel te vergelijken met rommel waar je zo snel mogelijk vanaf wilt? Het antwoord is: Nee. Als je er op een goede manier mee omgaat, verrijk je er juist je bodem mee.                                                                                  Over het hoe en wat; daarover zet ik in dit stukje een paar dingen op een rij.

 Ik begin bij het begin, dat wil zeggen: met de bodem die wij bewerken, vóór het zaaien en het planten. Welke processen spelen zich daar in af en wat moeten wij daar vanaf weten om het belang van composteren in te zien?

 Voedingsstoffen en humus                                                                       Onze bodem kent twee bestanddelen, namelijk het minerale materiaal (klei, zand, leem) en het organische. Met dat laatste doelen we vooral op de elementen in de bovenlaag: het afgevallen blad, het weg geschoffelde onkruid, het konijnenstro, de gedroogde koemestpoeder en alles wat u nog meer door de grond heeft heen gewerkt. De bodem zet dit materiaal om in voedingsstoffen voor de planten én in humus. Humus valt te vergelijken met de onzichtbare ruggengraat van de bodem: het verborgen frame dat alle bodemdeeltjes aan elkaar verbindt. De humuslaag kan de voedingsstoffen en het vocht vasthouden tot het moment waarop de plant die nodig heeft. Zonder humus is onze bodem dus arm en schraal.

 Wat is nu de verbinding tussen de bodem en het bodemleven enerzijds en het toedienen van compost aan de tuingrond anderzijds? Drie functies van een gift met compost zijn van belang:

 1) dankzij zo’n gift blijft de humuslaag op peil. De humus die door het bodemleven is afgebroken tot minerale voedingsstoffen voor de plant wordt zo weer aangevuld;                                                                                2) door het versterken van de humuslaag versterkt u de bodemstructuur;                                                                                            3) door het aanvullen van de humuslaag voorziet u de bodem van nieuwe plantenvoedingsstoffen. U reikt voeding aan dat door de bodembacteriën, de schimmels, de regenwormen en dergelijke weer kan worden omgezet.

 Mooi, dat weten we dan. Maar nu?

 Ik ga in dit artikel niet in op de vraag of een houten compostvat beter is dan een plastic exemplaar. Zeker als u beginnend tuinder bent, adviseer ik u geen geld uit te geven aan dure voorwerpen waarin u het compostmateriaal kunt verzamelen. Vier palen slaan en die aftuinen met wat gaas is stukken goedkoper en werkt net zo goed.                               Ik loop ook niet langs welke uitgaven u allemaal kunt doen aan compoststarters, compostversnellers en wat dies meer zij. Niet omdat ik de werking van die producten zou willen ontkennen, integendeel. Wel omdat u ook een werkzame hoop kunt maken, zonder dat u deze extra kosten maakt. De enige vraag die ik wil aansnijden, is: hoe?

 Om te beginnen, moet u weten dat een composthoop meer is dan een verzameling bij elkaar gegooid tuinafval. Om een goede voorraad te krijgen, moet u 1) de juiste bestanddelen bijeenbrengen en 2) opletten dat u voor de voorraad alleen maar gezond materiaal gebruikt. Voorwaarde 3 is dat de composthoop evenwichtig is samengesteld. Deze drie vereisten licht ik hieronder een voor een toe.

 Gezond                                                                                                           U houdt de composthoop gezond wanneer u zieke plantendelen tijdig apart houdt, zodat die niet mee op de stapel gaan. Is uw rode kool mislukt en ziet u bij de wortels allerlei vreemde zwellingen die ook nog eens enorm stinken? Dan heeft de knolvoetschimmel toegeslagen. Weg daarmee? Ziet u aantastingen door bacterievuur of monilia (witte puntjes op de buitenschil en verrot vruchtvlees)? Hup, de kliko in daarmee. Gooi ook geen vlees- en visafval of gekookte etensresten op de hoop. Filterzakjes met koffiedrab en eierschillen zijn daarentegen geen enkel probleem.                                                                                         Over het toevoegen van sommige zadenrijke onkruiden zijn de meningen verdeeld. Van sommige daarvan, zoals de brandnetel, wordt wel gezegd dat ze de compostering versnellen. Dat mag zo zijn: van het zevenblad, het ijzerhard, de paardenbloem en ook de brandnetel zelf zijn we op de tuin niet zomaar af en de kans dat ze vermeerderen door ze met andere bestanddelen door de composthoop te mengen, is levensgroot.

Mijn tip zou dus zijn: houd ze erbuiten en voer ze gescheiden af!

 Evenwichtige samenstelling: ook lucht                                                    Veel geld uitgeven aan een luxe ton is zoals gezegd geen enkele garantie voor mooie compost. Wat er wel toe doet, is dat uw composthoop niet te nat en te vochtig is en voldoende lucht bevat. Hoe zit dat dan weer?          Mogelijk heeft u in uw woonwijk weleens een groene kliko zien staan met het deksel halfopen, waaruit een niet te harden stanklucht opsteeg. Dat is de geur van het water dat soms achterblijft op de bodem van de kliko, nadat deze is geleegd. Deze stank verraadt dat in de kliko alleen de anaërobe micro-organismen aan het werk zijn geweest. Zij hebben een stinkende, gistende massa met allemaal gifstoffen tot stand gebracht.Gelukkig zijn in de natuur ook de aërobe micro-organismen aan het werk. Zij zorgen voor die heerlijk ruikende aarde, voor de grond met die geurende boslucht waar uw en mijn tuin zo om verlegen zit. Maar geeft u die dan wel de ruimte en laat uw composthoop niet te nat en te vochtig worden, want dan leggen zij het af tegen de anaëroben en zijn al uw inspanningen voor niets. Én, zorg voor voldoende lucht. Gebruik als basis bijvoorbeeld een verzameling takken of snoeihout. Zo voorkomt u dat alle zuurstof uit de hoop wordt geperst.

 Evenwichtige samenstelling: groen én bruin in de juiste verhoudingen                                                                                                   De zelfbereide compost die we aan de bodem toevoegen, bevat hoe dan ook koolstof (C). Daarnaast hopen we natuurlijk dat hij rijk is aan voedingsstoffen, zoals kalium (K), fosfor (P) en met name stikstof (N). Van die voedingsstoffen kan ons plantgoed gaan profiteren; sterker nog, daar zullen ze het van moeten hebben. Vooral stikstof is daarbij belangrijk. Het door de bodem heenwerken van compostmateriaal betekent alleen nog niet dat u uw plantjes automatisch van een lekkere voorraad stikstof voorziet. Was het maar zo gemakkelijk! De stikstof zit opgeslagen in de compost, maar moet nog wel vrijkomen, zodat de planten het kunnen opnemen. Voor dat vrijkomen, zorgt de natuur zoals gezegd vanzelf, dankzij het bodemleven dat onder meer bestaat uit regenwormen, bacteriën, schimmels, enzovoorts. Zij zetten de compost om en bij dat proces komt de stikstof vrij. (Even tussendoor: wees dus zuinig op uw bodem en knoei niet met kunstmest, bestrijdingsmiddelen en andere chemicaliën, want voor veel nuttige bacteriën en schimmels zijn die dodelijk).

 Soms komt het voor dat uw planten na enige tijd niet van de compost blijken te profiteren, maar er juist op achteruit gaan. In die gevallen is  het materiaal waaruit de composthoop bestaat vaak te lukraak verzameld en zijn de verhoudingen tussen de diverse bestanddelen niet goed. Het gevolg daarvan is vaak een verstoorde omzetting.                   De compostering doet dan niet wat zij zou moeten doen.                  Om daar meer van te begrijpen, is het volgende van belang. Voor het laten verteren of omzetten van de compost wordt vooral de voorraad koolstof die erin is opgeslagen gebruikt. Grofweg tweederde deel is daarvoor nodig. Het resterende eenderde deel is voor de groei van het bodemleven bestemd. Voor die groei heeft het bodemleven op zijn beurt ook weer stikstof nodig. De verhoudingen daarvoor zijn dankzij onderzoek bekend; ongeveer 1:10. Krijgt het bodemleven er 30 g koolstof bij, dan is daar dus ongeveer 3 g stikstof voor nodig; stikstof die dus niet naar de plantjes gaat. We moeten dus zorgen dat de hoeveelheid stikstof die in onze compost zit opgeslagen en vrijkomt altijd meer is dan de stikstof waarmee het bodemleven zich voedt.                                De grote vraag is dan natuurlijk: Hoe weten we of dat zo is? Zijn we eenmaal op dat punt aanbeland, dan komt opnieuw de voorwaarde van een evenwichtige samenstelling aan bod.

 Al het materiaal waarvan u zou kunnen besluiten om het op de composthoop te gooien, heeft namelijk zijn eigen unieke koolstof-/stikstofverhouding; uitgedrukt met de zogeheten C/N-waarde. Gelukkig is de waarde van bijna alle bestanddelen bekend; zie hiervoor tabel 1. Zo ligt de C/N-waarde van verse stalmest doorgaans rond de 10:1. Die van stro is veel hoger: veelal minimaal 60:1.                             We weten ook dat de C/N-verhouding van onze totaalcomposthoop gerust wat mag variëren, maar wel binnen een bepaalde bandbreedte. De meeste handboekjes gaan uit van waardes tussen 10/1 minimaal en 25 à 30/1 maximaal.

 Tabel 1. De C/N-verhouding van diverse compostmaterialen

 Wat voegt u toe?               Wat is daarvan de C/N-verhouding?

Stalmest                                                                         10:1

Grasmaaisel                                                                 10-25:1

Plantaardig keukenafval                                             10-25:1

Groen plantenafval                                                    20-60:1

Loof/ naalden                                                              30-80:1 (Graan)stro                                                                 50-150:1

Versnipperd hout                                                      100-200:1

Papier                                                                        100-200:1

Zaagsel                                                                      100-500:1

Schors                                                                       100-150:1

Houtas                                                                       200-500:1

 Bent u er nog? Stelt u zich dan eens het volgende voor. U heeft een prachtige voorraad compost; met een C/N-verhouding van ongeveer 20:1. Door die door uw grond heen te werken, voegt u 90 gram koolstof toe. Wat gebeurt er dan? Inderdaad, tweederde (60 gram) is nodig voor de omzetting; van de resterende eenderde (30 gram) profiteert het bodemleven. Kosten: 3 gram stikstof (N). Als ik nu 90 gram koolstof door de bodem werk en de C/N-verhouding is 20:1, betekent dat dus dat ik netto 4,5 gram stikstof geef. En als er op hetzelfde moment 3 gram stikstof nodig is voor de koolstof die wordt opgenomen voor het bodemleven …… houd ik dus 1,5 gram stikstof over. Hoera!! Dat moeten we hebben, want die stikstof gaat naar de planten toe.

 Nu begrijpt u ook waarom het niet om het even is hoe uw composthoop is opgebouwd. Want stel, de samenstelling is zo eenzijdig dat de C/N-verhouding geen 20:1 is, maar 90:1, bijvoorbeeld doordat u alleen houtsnippers door de bodem werkt. We doen het sommetje nog een keer, waarbij we er opnieuw vanuit gaan dat er door de compostgift 90 gram koolstof door de bodem wordt gewerkt. Daarvan is dan wederom 30 gram voor het bodemleven en daarvoor bent u weer 3 gram stikstof kwijt. Alleen …….. door de veel ongunstiger C/N-verhouding voeg ik met mijn compost geen 4,5 gram stikstof meer aan mijn bodem toe, maar slechts 1. En dat is heel vervelend, want behalve dat die hoeveelheid niet naar uw planten gaat, gebeurt er  nog iets veel ergers. Het bodemleven komt stikstof tekort. Om daarvoor te compenseren, gaat de bodem alle stikstof uit de omgeving als het ware vastleggen om de uitstoot of uitgave ervan te blokkeren. Kortom, niet alleen krijgt de plant er na de compostering helemaal geen stikstof bij wat het toedienen van deze gift tot een doelloos gebeuren zou maken. Het is nog veel erger: door de verkeerde compostering heb ik de bodem ook nog eens armer gemaakt, doordat ik er de uitgave van de stikstof die nog in de bodem zat mee heb geblokkeerd. Zo breng ik de planten dus in een heel lastig parket. Ze komen in schrale grond: worden lichtgroen en geel.

 Praktische tips                                                                                      Mogelijk slaat de schrik u nu wellicht om het hart. Al lezend kan u wellicht het gevoel bekruipen dat u alleen nog een mooie composthoop kunt maken als u daar om de dag een C/N-meter in steekt. Onzin natuurlijk, dat hoeft allemaal niet. Er is al heel wat gewonnen als u niet lukraak te werk gaat, maar met enig beleid. Zo vergroot u de kans dat u het potentieel van een compostgift aan uw tuintje daadwerkelijk benut. Want zoals gezegd, compost is goud, mits u zich aan de basisregels houdt.

 Ik rond af met enkele praktische vuistregels.

 1) Wilt u de balans in de composthoop bewaren, onthou dt u dan dat het groene materiaal (afgemaaid gras, tuinafval, keukenresten) vrijwel altijd rijk aan stikstof is. Dit geldt ook voor duiven- en kippenmest. Het bruine materiaal, zoals snoeihout, stro en droge bladeren bevat juist veel koolstof.

 2) In een goede composthoop houden houtige en groene materialen elkaar min of meer in evenwicht.

 3) Voert u het hele jaar door strodroog materiaal naar de tuin, bijvoorbeeld omdat u konijnen houdt, en voegt u daar na de najaarssnoei ook nog eens houtig materiaal aan toe, corrigeert u de C/N-coëfficiënt dan naar onderen toe met behulp van stikstofrijk toevoegingsmateriaal. Stalmest is daarbij een prima optie. Kunt u daar niet aankomen, zorg dan voor organische stikstofmest.

 4) Houtas en kalkstikstofkorrels worden geregeld aangeprezen als toevoegingsmateriaal. Houtas is echter rijk aan kalk en kali terwijl er bij het ontbinden van de kalkstikstof cyanide vrijkomt. Die is niet alleen dodelijk voor alle verwekkers van schimmelziekten (wat gunstig is), ook de nuttige organismen zijn de klos. Biologische landbouwers hebben de korrels om die reden in de ban gedaan.

 5) Heeft u de composthoop opgebouwd, dekt u deze dan af om uitdroging en/of uitspoeling te voorkomen. Rietmatten, jute zakken of stromaterialen zijn hiervoor prima geschikt.

 6) Heeft u de composthoop opgebouwd, laat u deze dan heerlijk een maand of zes met rust. Oudere tuinders kunnen u meestal wel vertellen welk proefje u moet doen om te achterhalen of de compost al voldoende is gerijpt om over de tuin te worden uitgestrooid: de kiemtest. U vult daarbij een platte schaal met compost en maakt die goed nat. Daarna zaait u tuinkers. Komen er na 3-4 dagen zaadjes op, dan zit u goed. Hoe donkergroener de kiemblaadjes, hoe beter. Blijft het stil, dan is dat een aanwijzing dat het verteringsproces nog niet is afgerond. Doet u de kiemproef liever niet? Wacht dan 6 tot 8 maanden, omdat u dan zeker weet dat uw hoopje bijna helemaal is verteerd. Het lijkt dan net aarde. Gouden grond, zogezegd (red.)

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Vers van het land Pastinaak champignonsoep

 Vorig seizoen hadden wij volop pastinaak gezaaid in onze volkstuin. Een deel ervan heeft het gered om te overwinteren en kwam afgelopen voorjaar weer op. Het resultaat was een enorme dikke pastinaakknol die er op het oog niet erg smakelijk uitzag, maar bij gebruik in onderstaande soep nog bijzonder lekker was!

Een echte romige winterse soep, die bovendien in een mooi soepbord ook erg geschikt is voor het kerstdiner!

 Ingrediënten:

• 2 grote pastinaken                                                                                         • 3 aardappelen                                                                                                • 250 gram kastanjechampignons                                                                   • 125 gram spekjes                                                                                            • 1 ui                                                                                                                   • 2 eetlepels gedroogde tijm                                                                            • 2 teentjes knoflook                                                                                        • 1 eetlepel gedroogde paddenstoelen                                                            • 2 groentebouillonblokjes                                                                              • ½ liter water + ½ liter melk                                                                           • 2 eetlepels olijfolie                                                                                         • peper                                                                                                               • nootmuskaat                                                                                                  • peterselie

  Werkwijze:

Laat de gedroogde paddenstoelen ± 15 minuten weken in een klein beetje water. Schil de pastinaken en snijd in kleine stukjes. Schil de aardappelen en snijd in kleine stukjes. Pel de ui en knoflook en snijd in stukjes. Borstel de champignons schoon en snijd in plakjes.               Verhit de olijfolie in een soeppan en voeg de ui en knoflook toe. Fruit op laag vuur gedurende 3 minuten totdat de uien glazig zijn. Voeg de stukjes pastinaak en aardappel toe en bak gedurende 5 minuten mee. Voeg de tijm toe en bak even mee.                                                         

Voeg het water en de melk toe en verkruimel de bouillonblokjes boven de pan. Voeg ook het vocht met de gedroogde paddenstoelen toe. Laat ongeveer 15 minuten zachtjes koken totdat de pastinaak en aardappels gaar zijn.

 Bak ondertussen de spekjes uit in een droge koekenpan en haal ze daarna uit de pan en laat even uitlekken op keukenpapier. Bak in het vet van de spekjes de kastanjechampignons en bestrooi met wat tijm en peper. Als de pastinaak en aardappel gaar zijn, pureer je de soep met behulp van een staafmixer.

 Voeg de champignons toe en breng nog heel even aan de kook. Breng op smaak met nootmuskaat en peper. Schenk de soep in een mooi bord en garneer met de spekreepjes en wat fijngehakte peterselie.

  Eet smakelijk!

 Caroline Zwaneveld