Volkstuin- en Recreatietuinvereniging Bodegraven

      Opgericht november 1972  

                                     

Clubblad                    


Dertiende Jaargang                

December 2019 no: 4                 



++++++++++++++++++++++++++++++++++++                                              

Bestuur:

*Aad Beens

tel: 0172-611590

(voorzitter)

e-mail: niekerkbeens@kpnmail.nl

Emmakade 43

2411 JC Bodegraven

*Piet van Kooten                     

tel.: 0172-612786

(vicevoorzitter/penningmeester

wnd. tuincommissaris West)

e-mail:pietvankooten@casema.nl

Koninginneweg 139           

2411 XN Bodegraven

*Mandy de Wit            

 tel.: 06-18378178 

(secretaris)                 

 e-mail: froggy76@live.nl                                       

Waagpoort 16  2411 SC Bodegraven

*Arjen Boekhorst       

tel.: 0172-611811

(winkelcommissie)     

e-mail: arjenbaukje@icloud.com

De Deel 3 

2411 SH Bodegraven

*Jan van der Neut

tel: 0172-616019

(tuincommissaris Oost)

e-mail: janvdneut@gmail.com

Vossestaart 19

2411 ML Bodgraven

*Bert de Ruiter

tel.: 0172-615279 

(tuincommissaris Oost)

e-mail: ruiter108@zonnet.nl

Koninginneweg 413

2411 XT Bodegraven 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

        Bankrekeningnummer: NL52 RABO 0398 8379 96


++++++++++++++++++++++++++++++++++


Inleveren bestellijst Garant Zaden

Beste medetuinders,

Samen met deze uitgave van het clubblad ontvangt u ook de jaarlijkse catalogus van onze vaste zadenleverancier, Garant Zaden. Wilt u ook dit jaar uw zaden, pootaardappeltjes en/of andere tuinbenodigdheden weer via onze tuinvereniging bestellen?

Lever dan tijdig een ingevulde bestellijst in bij een van onderstaande bestuursleden:

Arjen Boekhorst de Deel 3

2411 SH Bodegraven    

of:

Piet van Kooten Koninginneweg 139

2411 XN Bodegraven

Zij verwachten uw bestelling voor 11 januari 2020

 

Het bestuur

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


Van de voorzitter

Beste tuinvrienden,

Voor u ligt alweer de laatste nieuwsbrief van 2019. En wat een vreemd tuinjaar was het.

We hadden te maken met droogte, maar ook met een flink nat voorjaar en een lange, natte herfst. Op de tuin lopen, was vaak niet mogelijk. Sommige tuinders zijn dan ook nog maar net begonnen met spitten. Mogelijk dat de laatste weken nog wat goedmaken.

Behalve met het spitwerk en het winterklaar maken van de tuin was iedereen natuurlijk ook druk in de weer met het schoonmaken van de sloten. Toch? Ook dit is een jaarlijks terugkerend werk. Leuker is het natuurlijk om plannen te gaan maken voor het komende tuinjaar. Welke groentes ga ik waar zetten? Hoe staat het met mijn voorraad zaden? Wat wordt de indeling van de tuin voor 2020? Daarbij komt het nadenken over vruchtwisseling en de invloed die planten op elkaar hebben. Het is altijd weer een heel gepuzzel. Iedereen probeert natuurlijk zijn tuin mooi schoon te maken voor het nieuwe jaar, maar vergeet u de dieren niet?

Vogels vinden een bakje met drinkwater meestal heel fijn, zeker als het vriest. En maakt u als het kan eens een rommelhoekje hier en daar en laat eens wat uitgebloeide planten staan. De insecten zullen u er dankbaar voor zijn, zoals bijvoorbeeld de bijen. Bladert u, na dit gelezen te hebben, daarom ook vooral door naar pagina 15 en verder. U treft daar een heel lezenswaardig verhaal aan van onze tuincollege Michaël Kool, waarin duidelijk wordt uitgelegd wat u voor de bijenstand kunt betekenen, én hoe belangrijk dat is.

Nog even over het laten staan van uitgebloeide planten. Wist u dat die uw tuin ’s winters nog extra aanzien geven als er (wie weet) straks een laagje sneeuw op ligt. Het is maar een suggestie hoor.

Graag uw aandacht en medewerking nog voor iets anders. Dit jaar was het tuinpad hier en daar moeilijk begaanbaar. Takken hingen soms ver over het pad en belemmerden daarmee de doorgang. Het was bukken of snel naar links of rechts sturen als je langs sommige tuinen moest fietsen. Ook waren er tuinders die materialen, soms breekbaar, ophet pad langs hun afscheiding plaatsten. Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Als iedereen meewerkt, is het pad goed begaanbaar en kan iedereen erlangs. Ook met een karretje.

In november hebben we afscheid genomen van een aantal tuinvrienden en nieuwe tuinders kunnen verwelkomen. Op deze plek wil ik onze nieuwe leden van harte welkom heten bij onze vereniging. Ik hoop dat u zich snel thuis zult voelen en heb daar alle vertrouwen in.

Over beginnende tuinders gesproken; in het Algemeen Dagblad van dinsdag 1 oktober (dit is geen trouwens geen sluipreclame) stond een schitterend ingezonden stukje van AD-lezer Carel Pronk dat ook door de tuincommissarissen van onze vereniging met veel belangstelling is gelezen. De titel: ”Dat viel bar tegen, eten kweken op eigen akker.” Pronk is geen Bodegraver (of is het: Borftenaar?) en het door hem geschetste tafereel speelde zich niet af op onze vereniging. Dat neemt niet weg dat het relaas dat hij schetst ook voor de tuincommissarissen en voor veel oud-tuincommissarissen uit duizenden herkenbaar is.

Waar gaat het om? Carel Pronk besloot spontaan, van de ene op de andere dag, om zich op de wachtlijst te laten zetten van een volksvereniging. Toen er een stukje tuin van 100 m 2 vrijkwam, aarzelde hij niet en ging hij aan de slag. Het resultaat? Een fiasco, en wel om drie redenen. Één: Pronks plan van aanpak voor de onkruidbeheersing sloeg niet aan. Elke week moest hij om zich heen slaan en schoffelen om de tuin een beetje schoon te houden; er was geen doorkomen aan. Twee: Pronk had geen teeltplan en wilde in één jaar eigenlijk wel alle groentesoorten kweken. Dat werkte niet. En drie: de opbrengst van zijn tuin viel tegen. De (fysieke) inspanningen wogen daardoor niet op tegen de oogst.

Met het tuinavontuur liep het treurig af. Al na één jaartje van zwoegen en zeten piepte Pronk er beschaamd weer tussenuit.

Tja, wat moet daar mee als je net met tuinieren bent begonnen? Jezelf alsnog bedenken en je tuintje vlug weer inleveren, voor je met dezelfde ellende wordt geconfronteerd? Het antwoord is: nee, want door acht te slaan op een paar verstandige adviezen en tips is het zelfs voor een absolute beginneling met niet al te veel tijd heel goed mogelijk om een tuintje van 100 m 2 te beheren en daar heel veel aardigheid aan te beleven. Meer hierover in het komende clubblad in maart.

Tenslotte wens ik iedereen hele fijne feestdagen en een goede jaarwisseling. En wat het nieuwe jaar betreft, zou ik zeggen: Wees goed voor de bodem, wees lief voor alle vogels en insecten en hou van je tuin.

Aad Beens, voorzitter

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

BBQ/Oogstfeest

Zaterdag 7 september hadden we voor de leden van de Volkstuinvereniging Bodegraven weer de jaarlijkse barbecue. Ondanks een paar regendroppels was het weer een gezellige middag. Iedereen – Mandy, Bert & Bert en Ton – en alle overige vrijwilligers en belangstellenden: hartelijk dank!

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 Najaarsmarkt 2019

Op zaterdag 14 september 2019 hebben wij met een kraam op de Najaarsmarkt gestaan. ’s Morgens om 8.30 uur hebben wij de wagen van Jan Wijfje geladen. Vol goede moed vertrokken we naar onze plek. Ook dit jaar waren we weer ruim voorzien vanproducten die we konden verkopen: Turkse mutsen, flespompoenen en niet te vergetendrie kruiwagens met sierkalebassen.Ook waren er nog prachtige bloemen van de tuin van Frans van Staalduinen, onze dank nog daarvoor.

En het is niet te geloven: op een paar pompoenen na hadden we aan het einde van de middag alles verkocht. Een leuke opbrengst voor de verenigingskas.

Voorbijgangers en belangstellenden konden ook dit keer het gewicht raden van een volkstuinproduct. Dit jaar betrof het een pompoen, maar het juiste gewicht van maar liefst 27,85 kg werd door niemand genoemd. Twee personen kwamen er het dichtstbij in de buurt zodat er moest worden geloot.

De gelukkige winnaar werd mevrouw Nel Twaalfhoven. We hebben haar blij gemaakt met ……. een mooie bos bloemen van eigen tuin.

Het Najaarsmarkt

Arjen Boekhorst Piet van Kooten Bert de Ruiter

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 Gedroogde Koemest

Op zaterdag 16 november 2019 was de eerste uitlevering van de zakken met gedroogde koemest. Op deze dag hebben we ruim honderd (!) zakken afgeleverd op de volkstuinen van de locaties Oost en West. Ook deze keer hebben we daarvoor weer gebruik kunnen maken van de tractor met aanhangwagen van Ton Humme. Dank daarvoor.

Op zaterdag 21 december 2019 doen we nog een ronde uitlevering van de Groene Hart- gedroogde koemestzakken. U kunt nog bestellen tot en met 16 december.

Gaat u hiervoor naar onze website www.volkstuinverenigingbodegraven.nl. Via de link Gedroogde Koemest komt u op de bestellijst.

Piet van Kooten (penningmeester)

 

 





+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


Vers van het land - Rode kool met crumble

De tuinen worden leger, maar her en der staan nog wat kolen. Als je een keer een restje rode kool over hebt, is onderstaand recept zeer geschikt om te maken. Crumble (kruimeldeeg) gebruiken we meestal voor zoete gerechten, maar met kruiden en noten is het ook heerlijk in een hartig gerecht. Maakhet in kleine ovenpannetjes. Misschien een idee voor het kerstdin

Ingrediënten (voor 2 personen):

200 gram klaargemaakte rode kool;

1 appel (goudrenet);

50 gram rozijnen;

50 gram ongezouten roomboter;

75 gram tarwebloem;

1 eetlepel walnootstukjes;

1 eetlepel gedroogde tijm;

50 gram geraspte kaas;

Werkwijze:

Verwarm de oven voor op 200 ºC. Schil de appel en snijd in kleine stukjes. Laat de rozijnen in een klein beetje lauw water weken, giet dan het water af en laat ze daarna even uitlekken. Vet 2 ovenpannetjes in met boter. Verdeel de rode kool over de pannetjes, voeg de stukjes appel en rozijnen toe en meng goed door. Kneed met koele handen van de bloem en boter met een klein beetje zout erbij een kruimelig deeg.

Kneed de kaas, tijm en walnootstukjes er losjes door. Breng op smaak met peper en zout en verdeel over de rode kool. Bak de rode koolcrumble in de voorverwarmde oven in ca. 25 min. goudbruin en gaar.

Eet smakelijk en fijne feestdagen!

Caroline Zwaneveld

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Probeer ’m eens uit .. de Mexicaanse zonnebloem (slot)

In het vorige clubkrantje verscheen een wervelend en wervend verhaaltje over de Mexicaanse zonnebloem. U weet wel, de oranje bloem die ’s zomers zo schitterend bloeit, maar die ook zo heerlijk kan woekeren en daardoor onbedoeld een sta-in-de-weg voor andere plantjes kan zijn.Aan het eind van het stukje vermeldde ik dat de bloem een notering heeft in het Compendium voor invasieve plantensoorten (ISC); een initiatief van het Amerikaanse ministerie van Landbouw en het Centre for Agriculture and Bioscience International (CABI). Die laatste club is een non-profit ontwikkelings- en informatieorganisatie die zich richt op landbouw- en milieukwesties in ontwikkelingslanden.Een bezorgde tuincollega klampte mij na het artikel aan met een vraag: „Ik wil volgend jaar ook Mexicaanse zonnebloemen op mijn tuin, maar mag dat dan wel?” Gelukkig kan ik deze medetuinder helemaal geruststellen: ja, dat mag. Doorslaggevend is namelijk ofeen plant wordt genoemd in de Europese Unielijst van invasieve exoten, of als zodanig is bestempeld op grond van de Wet natuurbescherming, artikel 3.19. Dat is bij de Mexicaanse zonnebloem niet het geval.

Is alles dan oké zolang een plant in beide niet wordt genoemd? Zo simpel is het nu ook weer niet, want de Japanse duizendknoop, waar steeds meer gemeentes ’s zomers steen en been over klagen, komt ook in geen van beide voor. De gemeente Amsterdam maakte afgelopen voorjaar maar liefst 8,2 miljoen euro vrij om deze woekerende plaaggeest te bestrijden, maar van een vermelding zien zowel de Europese autoriteiten als onze eigen overheid af, omdat de plant daarvoor al te wijd is verspreid. De overlast van de Japanse duizendknoop binnen de perken houden, lukt dus alleen wanneer we het gezonde verstand laten zegevieren, en dus is de vraag: gebeurt dat ook?

De vraag van de medetuinder over de Mexicaanse zonnebloem zette mij hierover toch even aan het denken. Als gemeenten miljoenen moeten spenderen aan de Japanse duizendknoop, is er dan ook zoiets als een ketenaanpak waarin veilingen, leveranciers en tuincentra samenwerken? En wie neemt daarbij de regie? Als je je daar eens wat in gaat verdiepen, val je vaak van de ene verbazing in de andere. Zo ook deze keer, want wat blijkt?

Bij heel veel bloemisterijen is de Japanse duizendknoop gewoon te koop, zo ontdekte het vakblad Stad & Groen. Hebben die hardwerkende verkopers en verkoopsters er dan geen idee van dat ze iets verkopen wat door hun gemeente uit alle macht wordt bestreden?Nee, want veel leveranciers zijn zo slim om hun waar onder andere flauwekulnamen aan de man te brengen. En dus noemen ze hun product heel misleidend Hollandse bamboe. Een andere benadering is die van polygonumstokken. Dat schiet dus allemaal niet op, want die zogenaamde stokken zijn helemaal niet dood. De nieuwe kiemscheuten komen vaak al tevoorschijn. Deponeer je ze ergens in je tuintje of elders als afval, in de veronderstelling dat het vanzelf wel verteert, dan vergis je je dus. De duizendknoop woekert vrolijk door. Het is zelfs de vraag of de normale compostering wel een eind maakt aan deze woekering, want alleen een erkende verwerker mag een exoot omzetten.

De enigen die alle spelers in de bloemistenketen in het gelid kunnen krijgen, zijn de veilingen (in Nederland verenigd in de Vereniging Bloemenveilingen in Nederland, de VBN) en de Vereniging voor Groothandelaren in Bloemkwekerijproducten (VGB).

Beiden hebben daar een gemeenschappelijk gremium voor, de VBN- stuurgroepregelgeving.

Of die club voornemens is actie te ondernemen, is echter onduidelijk. Eén van de veilingen zei tegen Stad & Groen van wel, maar de officiële woordvoerder van de VBN- stuurgroep zegt dat de beraadslaging nog volop gaande is.

Ten aanzien van de Japanse duizendknoop is er dus duidelijk nog een wereld te winnen; in elk geval in Nederland, maar mogelijk ook daarbuiten.

 

Maar nogmaals, de Mexicaanse zonnebloem kan in Bodegraven en omgeving gewoon worden gekweekt. Dus tuinvrienden en - vriendinnen ……. zaaien maar (red.)!

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Wilde bijen en bestuiving in uw tuin

 

We zijn allen bekend met de honingbij. We eten immers allemaal wel eens honing. Wist u echter dat we in totaal wel 359 soorten bijen in ons land hebben, waarvan de honingbij er maar één is?

Dat voor de bestuiving van uw planten, zowel in de moestuin als daarbuiten, een grotere variatie aan soorten heel zinvol is, omdat ándere bijen dan de honingbij soms effectiever bestuiven en soms zelf exclusief voor bepaalde planten nodig zijn?Wist u bovendien dat deze andere bijensoorten er een andere levenswijze op na houden dan de honingbij? En dat u als tuinder voor deze bijensoorten veel betekenen kunt?

Sociale bijen en solitaire bijen

Honingbijen en hommels leven in volken.

Ze hebben een koningin, werksters en darren (mannetjesbijen).Ze zijn het hele bloeiseizoen aanwezig; van het vroege voorjaar, tot het late najaar. Men noemt hen dan ook sociale bijensoorten.

Naast de sociale bijensoorten hebben we ook de solitaire. Bij deze vervullen de vrouwtjes zowel de rol van koningin als die van werkster: alle leggen ze eitjes en verzamelen ze stuifmeel. Bij elk eitje wordt precies genoeg stuifmeel gedeponeerd om de larve op te laten groeien.Mannetjes zijn er alleen voor de bevruchting.De nieuwe bijtjes overwinteren als larve, of als compleet bijtje in hun celletje. De oude vrouwtjes sterven.Misschien heeft u wel een bijenhotel, daar nestelen deze bijtjes onder andere in. Zo’n 70 tot 80 procent van deze bijensoorten nestelt echter in de grond.

Ook wilde bijen zijn er bijna het hele jaar, maar veel soorten vliegen slechts een korte periode.Alle bijensoorten, dus ook hommels, verzamelen stuifmeel en nectar.De nectar voornamelijk om te kunnen vliegen, voor hun eigen energiebehoefte; het stuifmeel als voedsel voor het zogenaamde broed, waarmee de larven worden bedoeld.

De honingbij is de enige bijensoort die meer nectar verzamelt dan voor de eigen energievoorziening nodig is, omdat het volk de winter moet overleven. Daarvoor zet de honingbij de nectar om in honing. Hommels maken geen honing want hiervan overleven alleen de koninginnen de winter, in de grond of onder een laagje blad.


Nu zou men kunnen denken: ach, als die andere bijensoorten dan geen honing maken, zijn ze dan wel nuttig? De mens heeft de honingbij immers gedomesticeerd vanwege de honing. Wel, andere bijensoorten blijken uitermate nuttig, zowel voor onze voedselproductie als voor de algehele biodiversiteit.

Stuifmeelgeneralisten en –specialisten

Als je het hele jaar vliegt of een nest hebt, dan kun je als soort logischerwijs niet afhankelijk zijn van maar één plantensoort, aangezien er geen enkele plantensoort is die het hele jaar bloeit.Bijensoorten (zoals de honingbij) die van véél verschillende planten stuifmeel halen, worden stuifmeelgeneralisten genoemd.Bij de solitaire bijensoorten is een onderverdeling te maken in stuifmeelgeneralisten, die dus véél verschillende planten bezoeken (zoals de rose metselbij of het vosje) en stuifmeelspecialisten. Deze laatste halen hun stuifmeel van specifieke planten of plantenfamilies.Zij bestuiven de planten waar ze van afhankelijk zijn vaak effectiever.Voorbeelden van stuifmeelspecialisten zijn de klokjesbij (verzamelen alleen stuifmeel op Campanula) de pluimvoetbij (vliegt op composieten) de lookmaskerbij (op uiensoorten), de kattenstaartdikpoot (op kattenstaart) en vele andere (75 soorten). Daarnaast heb je nog bijensoorten die niet aangewezen zijn op, maar een sterke voorkeur hebben voor een bepaalde plantengroep, zoals de grote wolbij die graag op lipbloemigen vliegt.


 

Bestuiving en (bio)diversiteit

Doordat bijen stuifmeel verzamelen voor hun broed bestuiven ze planten en hierdoor wordt de genetische variëteit van planten gratis voor ons gewaarborgd.

Eveneens is het zo dat bijvoorbeeld een bestoven bloesem een mooi groot gezond appeltje kan worden, terwijl een niet bestoven bloesem een scharminkeltje blijft.

De bestuiving van onze voedselgewassen en planten in het algemeen is dus een veel belangrijker goed dan honing.

Honingbijen bestuiven geen tomaten

Aubergines of wilde planten in diezelfde plantenfamilie; dáár hebben we hommels voor nodig.Metselbijen zijn weer effectiever in het bestuiven van fruit dan honingbijen. Bestuiving van eenzelfde bloem door meerdere soorten bijen heeft een betere vruchtzetting tot gevolg, zoals bij de aardbei.Sommige wilde planten kunnen niet door honingbijen bestoven worden, zoals de grote wederik, die exclusief door de slobkousbijen bestoven wordt. We hebben dus, zoals u ziet, eigenlijk álle bijensoorten nodig.

Een tuin voor bijen

Stel, u wilt de bijen helpen en daarmee iets doen voor onze biodiversiteit; wat kunt u dan doen? Allereerst: gebruik in ieder geval geen gif. Verder kunt u met wat aanpassingen in uw tuin al gauw een geschikte biotoop creëren voor veel solitaire bijen en hommels.Iedereen kan bijen houden, ook al kan niet iedereen honingbijen houden. U helpt de bijen en op hun beurt zorgen zij voor veel extra bestuiving.Wat kunt u doen? In uw tuin zal dat meestal zijn: zorgen voor nestgelegenheid. In de tuin kunt u tevens plantensoorten aanplanten die de stuifmeelspecialisten nodig hebben voor hun voortplanting. Een deel van de bijensoorten nestelt in een bijenhotel. U kunt een goed bijenhotel maken, het liefst van hout met ingebouwde gaten of van hol plantenmateriaal, met een diameter van 2-10 mm. Voor onder andere de metselbijtjes, die héél nuttig zijn voor de bestuiving van allerlei fruit, is de diepte van belang: liefst meer dan 15 cm. De achterkant van een bijenhotel dient dicht te zijn.De gangetjes dienen zonder bramen, vezels of splinters te zijn.Hierin leggen de bijen een reeks van eitjes, elk in een eigen cel en voorzien van een afgepaste hoeveelheid stuifmeel.

Tevens kunt u zorgen voor onverharde paden en kleine steile randjes in uw tuin waar bijen kunnen nestelen, of misschien wel voor een heuveltje, of een niet meer gebruikte zandbak.

Steile randjes zijn randjes die ontstaan door de uitholling van een pad.

Ze kunnen echt verticaal zijn, ook wel eens wat hol of juist meer bol. Bij het laatste wordt het meer een heuveltje.Sommige bijensoorten prefereren deze plekken voor het nestelen.Andere nestelen liever in het platte vlak. Vrijwel alle soorten geven de voorkeur aan schaarse begroeiing of kale grond.Soms wordt er in het zand tussen stenen van de bestrating genesteld. Hommels nestelen in muizenholletjes en ook wel

in mollengangetjes. Het overwinteren doen ze ook daar, of onder een goede laag bladeren.

Welke planten?

Veel stuifmeelspecialisten zijn gespecialiseerd in planten in de kruidlaag, zoals bijvoorbeeld de boterbloemen, klokjes, composieten, uiensoorten, kattenstaarten, lipbloemigen, vlinderbloemigen en nog vele andere soorten. Ook de generalisten blijken bij koel weer graag van de bloemen in de kruidlaag hun stuifmeel en nectar te halen. Dat begint al vroeg in het voorjaar met de bolletjes en eindigt laat in het najaar met bijvoorbeeld de gevlekte paarse dovenetel of klimop.

Bomen en struiken leveren erg veel nectar en stuifmeel, van wilg in het voorjaar tot winterlinde in de zomer. Daarna zijn de meeste bijensoorten voor de rest van het jaar voornamelijk aangewezen op de kruidlaag.Toch vliegen de meeste bijensoorten juist in juni, juli en augustus. Een aantal vliegt ook nog in september en oktober.Een goed afwisselend plantenassortiment is dus een zegen voor allerlei bijensoorten, met name als u er ook genoeg planten voor de specialisten tussen zet.

Bloemrijke bermen

Hommels en honingbijen kunnen als het moet 3 kilometer of meer vliegen, van de kast of van hun nest af.De meeste solitaire bijen vliegen véél minder ver; van 150 meter voor de hele kleine soorten tot zo’n 500 meter voor de grotere soorten.Voor solitaire bijen is het daarom belangrijk dat er, in aansluiting op geschikte bijentuinen, bloemrijke bermen zijn waarlangs zij zich van A naar B kunnen verplaatsen. Goed beheerde bermen met het juiste stuifmeel en veel nectarplanten hebben daarom tevens onze aandacht nodig.

Mogelijk kunt u daar ook een bijdrage aan leveren.

Op internet is ook veel info te vinden. Kijk bijvoorbeeld op www.wildebijen.nl.

Michaël Kool