Volkstuin- en Recreatietuinvereniging Bodegraven

      Opgericht november 1972  

                                     

Clubblad                    


Veertiende  Jaargang                

Zomer 2020 no: 2                 



++++++++++++++++++++++++++++++++++++                                              

Bestuur:

*Aad Beens

tel: 0172-611590

(voorzitter)

e-mail: niekerkbeens@kpnmail.nl

Emmakade 43

2411 JC Bodegraven

*Piet van Kooten                     

tel.: 0172-612786

(vicevoorzitter/penningmeester

wnd. tuincommissaris West)

e-mail:pietvankooten@casema.nl

Koninginneweg 139           

2411 XN Bodegraven

*Mandy de Wit            

 tel.: 06-18378178 

(secretaris)                 

 e-mail: froggy76@live.nl                                       

Waagpoort 16  2411 SC Bodegraven

*Arjen Boekhorst       

tel.: 0172-611811

(winkelcommissie)     

e-mail: arjenbaukje@icloud.com

De Deel 3 

2411 SH Bodegraven

*Jan van der Neut

tel: 0172-616019

(tuincommissaris Oost)

e-mail: janvdneut@gmail.com

Vossestaart 19

2411 ML Bodgraven

*Bert de Ruiter

tel.: 0172-615279 

(tuincommissaris Oost)

e-mail: ruiter108@zonnet.nl

Koninginneweg 413

2411 XT Bodegraven 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

        Bankrekeningnummer: NL52 RABO 0398 8379 96


++++++++++++++++++++++++++++++++++

Van de voorzitter

 Beste leden,

 We leven in een rare tijd met een gedeeltelijke lockdown, mondkapjes, het gemis van (lichamelijk) contact en voor sommigen zelfs het trieste verlies van een dierbare. Ik hoop dat de tweede helft van het jaar beter zal verlopen. Gelukkig hadden wij onze tuinen waardoor we buitenshuis actief konden zijn en, op gepaste afstand, andere mensen konden spreken. Al snel kon de tuinwinkel weer open, zij het op aangepaste wijze. Ik hoop dat iedereen zich de komende tijd goed aan de anderhalve meter afstand zal blijven houden. Ook in de buitenlucht.

En bedenk: …” twee-meter—is-beter”.

 De jaarvergadering dit jaar is niet doorgegaan vanwege COVID-19. Het bestuur heeft onlangs besloten de vergadering dit jaar helemaal te laten vervallen. Het is te gevaarlijk om nu met een grote groep bij elkaar te komen en gezien ons ledenbestand is een vergadering langs digitale weg ook niet realistisch.

In elk geval kan het bestuur u laten weten dat de kascommissie de financiën 2019 heeft goedgekeurd. Ook kan gemeld worden dat de begroting 2020 nagenoeg gelijk is aan die van het afgelopen jaar. Het winkelresultaat in 2020 is, tot nu toe, iets positiever omdat er geen koffie is geschonken tijdens de openingstijden.

Waar ik nog wel uw aandacht voor wil vragen is voor de vacatures in het bestuur.

  • We zijn dringend op zoek naar een secretaris omdat Mandy eind 2019 al heeft gezegd te willen stoppen. Het gaat vooral om het notuleren van de vergaderingen en af en toe een brief schrijven. En natuurlijk kunt u dan a    ctief meedenken en praten over alle verenigingszaken. De tijdsinvestering is niet zo heel groot. Vraag maar aan Mandy (voor de contactgegevens, zie de colofon op pagina 2).

• Op beide complexen zoeken we een tuincommissaris. Een tuincommissaris overlegt met nieuwe tuinders bij het betrekken van hun tuin en met tuinders die stoppen over het achterlaten daarvan. Ook maakt hij/zij af en toe een rondje over de tuinen om te zien hoe alles er voor staat. Zo nodig praat hij/zij met tuinders die hun tuin verwaarlozen om te bekijken hoe dit beter kan. Het is een sociale functie maar een die voor de vereniging van groot belang is.

Graag uw aandacht nog voor het tuinpad. Laatst fietste ik weer het pad op locatie West af. Het viel mij op dat ik ongehinderd, zonder overhangende takken, tot het eind kon fietsen. Dat is op Oost wel anders. Natuurlijk is het asfaltpad in West breder dan dat in Oost. Maar hoe verder je op Oost naar het einde fietst hoe smaller en dichter het pad daar wordt. Des te vervelender dat juist op dit pad veel (bramen)takken en andere planten ver over het pad hangen. Soms ben ik blij als ik ergens letterlijk zonder scheuren en schrammen langs ben. Het pad vrijhouden voor collega-tuinders is toch niet zo’n grote moeite?

 De laatste maanden is het helaas enkele keren voorgekomen dat er is ingebroken in tuinhuisjes. Heel vervelend voor wie dit is overkomen. Helaas is er niet zoveel te doen om dit te voorkomen maar het volgende kan misschien helpen.We kunnen er met elkaar misschien beter op letten dat de tuincomplexen alleen toegankelijk zijn voor leden (en hun bezoek). Regelmatig zie ik mensen op het tuinpad lopen die er niets te zoeken hebben. Bij de ingang staat een duidelijk bord met verboden toegang. Wilt u niet-leden die u op het pad ziet lopen hier s.v.p. op wijzen?

Een ander punt is het sluiten van het hek bij de ingang van de complexen bij zonsondergang. Ook hier kunnen we met elkaar op letten.

 Waterpeil en parkeren                                                                                 De afgelopen periode heb ik meerdere keren contact gehad met het waterschap. Bij Oost is de stremming van een stuw aangepakt. Deze is nu voorlopig zo aangepast dat hij onbegaanbaar is en niet opnieuw zomaar door iemand kan worden afgesloten. Begin juni heb ik met de peilbeheerder van Waterschap de Stichtse Rijnladen alle stuwen die het waterpeil rondom onze tuinen regelen nagelopen. Er is veel achterstallig onderhoud en het water lekt aan alle kanten weg waardoor fatsoenlijk peilbeheer niet mogelijk is. Dit is vooral het geval bij de locatie West en bij de “vrije tuinders van Kool”. Het Waterschap heeft ons bedankt voor onze inbreng waardoor zij “een goed beeld hebben gekregen van het probleem en de vereiste oplossing”. Zij verwachten nog dit jaar te kunnen starten met de vereiste werkzaamheden en zullen ons daarover consulteren/informeren.

Ook met de gemeente is weer contact gezocht over de parkeerproblematiek bij de ingangen van de tuincomplexen. Dit zou eerst worden meegenomen bij de plannen voor het evenemententerrein. Dit is niet meer actueel en dus zijn we weer terug bij het begin. Medio augustus ontvang ik meer informatie van de gemeente.

 Wisselteelt                                                                                      Coloradokevers zijn gevaarlijk voor gewassen en verspreiden zich snel over een groot gebied. Wisselteelt is nodig om ongedierte als de coloradokever te voorkomen. Aardappelen en uien mogen pas na 3 jaar weer op hetzelfde stuk tuin worden verbouwd. In onze vereniging is een aantal jaren geleden afgesproken dat elke tuinder elk jaar een tuinplan moet maken waarop te zien is waar deze gewassen staan. De commissie wisselteelt houdt sinds een paar jaar de tuinplannen bij. Deze commissie heeft helaas geconstateerd dat een klein aantal tuinders die aardappelen/uien telen nog steeds geen wisselteelt toepassen. Vorig jaar was er al een uitbraak van de coloradokever in onze tuinen. Dat willen we niet vaker. Het bestuur is nu aan het bezien hoe het verzoek om wisselteelt toe te passen een meer verplichtend karakter kan krijgen én welke maatregelen daarbij zouden kunnen worden ingevoerd om dit te realiseren. Tuinders die blijven weigeren kunnen mogelijk op een zwarte lijst komen en sancties tegemoet zien. Wie meer wil weten over wisselteelt kan zich daarover altijd laten informeren bij de commissie wisselteelt, de tuincommissarissen en het bestuur.

Tot slot: op verzoek van een van onze leden heeft het bestuur besloten dat het is toegestaan om egeltjes toe te laten op een tuin.

 Verschijning clubblad

Al geruime tijd verschijnt het clubblad in een vaste regelmaat van vier keer per jaar: begin maart, juni/juli, augustus/september en medio december. Die vaste frequentie biedt voordelen, maar minpunten zijn er ook. Zo kost het soms behoorlijk wat moeite om het blad op tijd gevuld te krijgen met zinnige tuininfo over onderwerpen waarover nog niet eerder artikelen zijn geplaatst. Belangrijke mededelingen vanuit het bestuur zijn er bovendien vooral in het voorjaar (met het oog op de ledenvergadering) en het najaar (met het oog op de nieuwe leden), in tegenstelling tot in de zomermaanden, wanneer het vaak rustig is op de tuinen en veel leden door vakantie afwezig zijn. Met het oog op dit alles hebben bestuur en redactie dan ook besloten om met ingang van 2020 de vaste verschijning los te laten en het aantal edities terug te brengen van 4 naar 2 à 3. Daarbij is het streven om jaarlijks in elk geval twee nummers uit te brengen, namelijk in maart (vanwege de ledenvergadering) en in december (wanneer de bezorging van de clubkrant is gekoppeld aan die van de zaadgids van Garant Zaden). Mogelijk verschijnt er, zoals dit jaar, ’s zomers nog een derde uitgave.


In memoriam Dirk Boekhorst

Op 2 april ontving u via de verenigingsmail bericht van het heengaan van de heer T. J. (Dirk) Boekhorst op 31 maart j.l. Dirk was de initiatiefnemer en ook de allereerste voorzitter van onze vereniging. Reden genoeg dus om in het clubblad nog kort bij zijn overlijden stil te staan. Hoe? Om recht te doen aan zijn nagedachtenisbl aderde ik het interview nog eens door dat Boekhorst als 80-jarige de redactie eind 2012 gaf ter gelegenheid van ons 40-jarig bestaan. Één zinnetje, dat uiteindelijk ook als kop boven het artikel kwam te staan, is mij altijd bijgebleven: „Voor ik er erg in had, zei ik: We hebben al veertig man.” Dat zat zo. Om de gemeente zover te krijgen dat ze de komst van een tuindersclub wilde faciliteren, moest Boekhorst een flinke lobby voeren; onder meer bij de toenmalige burgemeester Croles. Hem werd een stevig kruisverhoor afgenomen, met onder meer de vraag hoe groot de belangstelling van de leden van de vereniging in wording om gezamenlijk ergens te gaan tuinieren eigenlijk was. Daarover viel nog geen zinnig woord te zeggen, maar Dirk wilde zijn inspanningen zo graag beloond zien dat hij in een opwelling zijn toevlucht nam tot een partijtje bluffen. Veertig man …. Het pakte goed uit. Er zijn meerdere namen te noemen van Bodegravers aan wie we als tuinvereniging veel respect verschuldigd zijn. Dat de naam van Dirk, een hobbytuinder in hart en nieren, in die rij niet mag ontbreken, staat buiten kijf. Gelukkig weet ik dat hij in gesprekken over de geschiedenis van onze vereniging nog geregeld wordt genoemd. Laat dat zo blijven. Zoveel uren onbaatzuchtige inzet voor het tuinplezier van zovele tientallen Bodegravers waaronder uiteindelijk ook u en ik …. ik vind het groots. Daarom vanaf deze plaats postuum een laatste dankbetuiging aan het adres van Dirk dat tevens nog een laatste gebaar van medeleven is aan de familie.

Tot slot memoreer ik hier, eveneens met gevoelens van medeleven, ook nog het overlijden van onze oud-collegatuinder Cees Scheer op 26 maart j.l.. Cees, die overleed op 70-jarige leeftijd en Dirk (87) zijn beiden begraven op het parochiekerkhof bij de Willibrorduskerk.

 Aad Beens

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

EN TOEN WAS ER HET CORONAVIRUS. HOE ERG WAS DAT?

Op 15 maart 2020 werden de maatregelen tegen de verspreiding van he  t coronavirus in Nederland bekend gemaakt.Nou, dat bracht beroering met zich mee: geen bijeenkomsten meer, niet meer naar musea, voetbalwedstrijden etc. Het risico op besmetting is nog groot. Het blijven naleven van de maatregelen door alle Nederlanders is daarom cruciaal.

Maar ja, wat betekent dat voor de volkstuinvereniging en de verkoopactiviteiten? Na 15 maart besloten wij de Polderhof te sluiten voor de verkoop van pootgoed. Het kon niet anders. Maar op een gegeven moment kwam toch de vraag naar pootgoed. Toen zijn wij onder strikte voorwaarden toch weer open gegaan. U kon uw pootgoed via de e-mail van te voren bestellen en het op zaterdag komen afhalen. Contante betalingen werden niet meer geaccepteerd, de prijs moest worden overgemaakt naar onze bankrekening. Er kwamen zo veel bestellingen dat we besloten om de uitleveringen in twee rondes te doen: zaterdagochtend voor de locatie Oost en ’s middags voor West.

Op dit moment leveren we de bestellingen alleen ’s ochtends nog uit.          Al met al zijn wij, van de verkoop, zeer tevreden over hoe alles de laatste weken is verlopen en wij hopen dat u dat ook ondervonden heeft.            Laten we hopen dat we weer gauw op de normale manier met elkaar kunnen omgaan en dat we ook spoedig weer kunnen zeggen: „De koffie staat klaar.”

 De medewerkers van de Verkoop

 







++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++



Vers van het land – Courgetterolletjes met tonijnsalade

 

Elke zomer verrast het mij weer hoeveel courgettes er van een plant komen. Het vereist nogal wat creativiteit in de keuken om behalve een courgettesoep, een courgettejam of een pastagerecht nog wat anders te maken van en met deze vrucht. Daarom nu een hapjesrecept met courgette in de hoofdrol. Ook als voorgerecht of bij de courgettesoep erg smakelijk. Je kunt voor dit recept zowel de groene als de gele courgette gebruiken.

 Ingrediënten (voor ± 12 stuks):

 1 courgette                                                                                                        1 blikje tonijn in water                                                                                   2 eetlepels mayonaise                                                                                      5 takjes dille                                                                                                     1 eetlepel kappertjes gemalen peper                                                          zout                                                                                                           olijfolie cocktailprikkers


Werkwijze:

Schaaf met een kaasschaaf in de lengte 12 plakjes van de courgettes, de eerste plakjes die helemaal uit groen bestaan gebruik je niet. Keer de courgette halverwege om, zodat de pakken stevig blijven (wat eroverblijft kun je natuurlijk nog in een ander gerecht gebruiken). Droog de plakken tussen keukenpapier en vet ze in met olijfolie. Strooi zout en gemalen peper hierover. Gril de plakjes courgette ± 3 minuten in een droge grillpan, keer halverwege. Laat de plakken afkoelen. Laat de tonijn uitlekken. Snijd de dille fijn. Doe de tonijn, mayonaise, kappertjes en fijngesneden dille in een kom en pureer eventueel met een staafmixer. Breng op smaak met zout en peper. Plakken courgette droogdeppen en met tonijnmengsel bestrijken. Plakken voorzichtig oprollen en met een cocktailprikker vastzetten. Rolletjes rechtop op bord zetten en garneren met een takje dille. Eet smakelijk!

Caroline Zwaneveld

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++


Maakt prei blij?

Acht tips voor de teelt

 Prei op de tuin; daar worden we allemaal vrolijk van. Of toch niet? Wat voor de één vooral een bron is vanvermaak, is voor de ander één en al ellende. Hieronder, ter lering en/of ter verbetering, enkele tips voor de teelt.Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: ik vind prei een heerlijk gerecht. Stevig en oer-Hollands, hoewel er natuurlijk ook in het buitenland prei wordt geteeld, tot in Zuid- Europa aan toe. Ga je na hoe de preiplant voorkomt in de wilde natuur, dan ontdek je dat de prei-achtige familie wel zeshonderd soorten kent. De vier tot zes soorten die het meest verwant zijn aan onze consumptieprei komen voor in het gebied rond de Middellandse Zee. Het is dan ook niet gek dat in landen in die omgeving volop prei wordt geteeld. In elk geval in Frankrijk, maar ook in Spanje, Griekenland en Italië.Noord-Brabant is in Nederland de provincie waar de meeste prei wordt verbouwd. Blijkbaar doet het gewas het goed op de zandgronden onder de grote rivieren. Overigens is er in Nederland met nog z’n 2000 ha aan teeltoppervlak duidelijk sprake van een krimpende markt: zo’n 1300 hectare aan preigrond kreeg in ongeveer twintig jaar tijd een andere (agrarische) bestemming. Het aantal preiboeren lag in 2000 nog ruim boven de duizend, maar is inmiddels onder de 300 (!) gezakt.

 Maar in al deze achtergrondgegevens zijn wij natuurlijk maar mondjesmaat geïnteresseerd. Wij hobbytuinders willen weten waar we minimaal op moeten letten als we zelf met prei aan de slag gaan in onze prachtige Noordzijpolder. En hoe het komt dat de prei op onze percelen het in het ene jaar veel beter doet dan in het andere. Dat laatste kunt u trouwens zelf al wel bedenken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het weer en dan vooral met de hoeveel regen die valt.

 → Regen                                                                                                     Een neerslaghoeveelheid van zo’n 400 mm in de periode van planten tot oogsten is voor prei optimaal. Hoe je die periode ook dateert, van juni tot september of van juli tot oktober/november, dat halen we in Nederland natuurlijk zelden. Datwordt dus   of beregenen. Prei is typisch zo’n gewas waarbij de hoeveelheid extra toegevoegd vocht en de opbrengst rechtstreeks met elkaar samenhangen. Er is berekend dat op 1 hectare prei per mm extra water al 200kil o extra wordt geproduceerd.

  Één teelttip staat dan ook met stip bovenaan: houd de grond vochtig en zorg bij het uitpoten al meteen voor een vochtige bodem. Giet na het uitplanten al een millimeter of 10 aan water bij elke plant.

 Of de hoeveelheid (regen)water rendeert, is natuurlijk in hoge mate afhankelijk van de bodemgesteldheid. Daarover is in het clubblad al heel veel geschreven en steeds viel daarbij de term ”organisch materiaal.” Zorg dat uw grond hier rijk aan is! Zeker voor de preiteelt is dat van cruciaal belang omdat de bodem vochthoudend moet zijn. U kunt hier zelf voor zorgen door goed verteerde plantenresten, tuinturf en compost door de grond te verwerken, dan wel de bij de tuincentra en in de Polderhof verkrijgbare bodemverbeteraars of potgronden aan de bovenlaag toe te voegen.

 → Organisch materiaal                                                                              Als je mensen wilt overtuigen van het belang van een goede bodemgesteldheid is dat soms best lastig, zo is mijn ervaring. Een veelgehoorde vraag is: waaruit blijkt dan dat zoiets nuttig is? Of: Als ik er elk jaar maar organische mestkorrels of koemestkorrels bij gooi, is dat toch genoeg? Het is dan ook superleuk als je proefjes of onderzoeken tegenkomt, waarin het belang van de bodem wordt aangetoond. En dat onderzoek is er! Zie: www.ccbt.be/sites/default/files/files/bemesting%20prei.pdf. Via deze link komt u op de site van het Belgische Coördinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting Biologische Teelt (CCBT) waar u een veldstudie uit 2012 aantreft. De details laat ik hier achterwege, maar de conclusie is duidelijk: bij een goed onderhoud van de bodemvruchtbaarheid levert het extra toedienen van dierlijke stalmest, al dan niet in gecomposteerde vorm, voorafgaand aan de teelt geen substantieel hogere productie op. De opbrengst wordt grotendeels bepaald door de bodemkwaliteit. Onthouden!!

  Een tweede belangrijke teelttip is dus: Bedenk ruim van te voren, liefst aan het eind van het seizoen, waar je het jaar erop prei wilt zetten. En maak in het najaar en in de winter al werk van de bodemkwaliteit, bijvoorbeeld door ruige stalmest onder te spitten of een laag compost te verwerken door de bodemlaag.

 Iemand zegt misschien: Maar prei is toch een stikstof- en kali-behoevend gewas? Klopt, en als vanzelf dwalen de gedachten dan af naar de bekende 12-10-18 NPK-bemesting (kunstmest) die inderdaad kan worden toegediend. Overigens weet u, eveneens uit diverse publicaties in het clubblad, natuurlijk al lang dat de stikstof en de kali in uw bodem ook met natuurlijke materialen op peil kunnen worden gebracht en gehouden.Stikstof brengt u in de grond door als voorgewas wintererwten of een goede groenbemester te kweken. Kali kan in de vorm van houtas over de tuin worden gestrooid, zie  www.velt.nu/houtas.                                                                                  Kortom, houd de kunstmest maar op reserve en bezie eerst hoe de prei zich de eerste 6-8 weken op basis van dergelijke natuurlijke materialen ontwikkelt. Als de voorbereiding op orde is, kan kunstmest hooguit een extra oppepper zijn.

 Op de problemen met aaltjes en/of schimmels die zich bij de preiteelt kunnen voordoen, kom ik verderop in dit stukje nog terug. Soms zijn die hevig, soms wat minder groot. Hoe dan ook, het is altijd verstandig om aan vruchtwisseling te doen en het preibed over de tuin te laten rouleren.

 → Voorgewas

Is het vooraf kweken van groenbemester of wintererwt een goed idee, wat ten zeerste ontraden moet worden, is het uitpoten van prei op grond waar direct daaraan voorafgaand een gewas is geteeld dat eveneens tot de preifamilie behoort. Zo komen we bij tip 3:

  Zet geen prei na bijvoorbeeld zaai- en plantuien, stengeluien, sjalotjes of zilveruien. Ook de aardbei is een slecht voorgewas.

 Van een hele andere orde is natuurlijk de vraag: Koop je preiplantjes, in de Polderhof of elders, of bestel je in het najaar zaad, zodat je zelf kunt zaaien? Kies je voor het laatste, dan moet je natuurlijk weten wat de meest geschikte zaaiperiode is. Én of het uitmaakt voor welk ras je kiest. Prei was lange tijd alleen een herfst- en wintergewas. De onder ons bekende, oude teelthandleiding van Turkenburg’s Zaadhandel meldt bijvoorbeeld nog onomwonden: „Prei is uitsluitend een wintergroente. Zomerprei is meer een ras dat bij vroegtijdige uitzaaiing in aanmerking komt als toekruid bij sla.” De conclusie is helder: niet aan beginnen dus.                                       Tegenwoordig zien we dat iets genuanceerder en meerderen van ons wagen zich dan ook aan de zomerprei. De teelt daarvan levert doorgaans weinig problemen op, maar let op: het wordt alleen een succes als u de daarvoor benodigde preiplantjes koopt in plaats van te proberen die zelf te telen. Aan het zaaien van zomerprei zijn namelijk zoveel voorwaarden verbonden dat een amateurtuinder daar in de regel maar moeilijk aan kan voldoen. Vooral het grillige weer en de temperatuurschommelingen zijn daarbij van belang. Zomerprei die na het kiemen te lang te koud heeft gestaan (lees: onder de 10 °C) gaat namelijk onherroepelijk schieten. Ook de herfstprei kan daar last van hebben. In het hart van de plant verrijst dan een dikke stengel met bovenin een zaadknop. Volgens sommigen is de stengel prima eetbaar en heeft die de smaak van een asperge, maar u weet .. over smaak lopen de meningen nogal uiteen. Kortom, om het schieten te vermijden, moet zomerprei eigenlijk in een verwarmde omgeving worden opgekweekt. Soms is er ook nog extra verlichting nodig. Hiervoor worden wel reflecterende korrels (styromullkorrels), al dan niet in combinatie met kunstlicht, gebruikt. Ook de zaai van herfstprei, in maart, begint meestal nog onder plastic, folie of gras. Volgens een oude boerenwijsheid levert uitpoten voor de langste dag, 20 juni, de hoogste opbrengst op, maar dat is niet altijd haalbaar. Uitgaande van veertien weken als termijn die nodig is na het opkomen en het uitpoten, zou de prei dan altijd vroeg in maart moeten worden gezaaid. Maar dan is het soms nog veel te guur.

 → Rassen

Waagt u zich aan een eigen opkweek, dan is het assortiment aan rassen waar u uit kunt kiezen ruim te noemen. Helaas zeggen de actuele lijsten van de Commissie samenstelling aanbevelende rassenlijst landbouwgewassen (CSAR) niets over prei en moeten we de tot 2007 verschenen lijst van de Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Groentegewassen (CRG) erop na slaan. Gelukkig, de twee rassen die daarin worden aanbevolen, Blauwgroene herfst en Blauwgroene winter, zijn er nog steeds. De blauwgroene herfst is ontstaan in 1986 en is goed bestand tegen guur en slecht herfstweer, roest en het geelstreepvirus. De blauwgroene winter is laat oogstbaar omdat hij vorstbestendig is. Beide rassen zijn nog onder te verdelen in tal van subrassen, die in de meeste catalogi meestal niet met naam en toenaam worden genoemd. Omdat ze ten aanzien van de vatbaarheid voor bladvlekkenziekten en slijtage amper verschillen is dat echter van ondergeschikt belang. Zo komen we bij tip 4:

Als u ervoor kiest om zelf prei te zaaien, kiest u dan voor de rassen blauwgroene herfst of blauwgroene winter om dat daarvan de beste resultaten te verwachten zijn.

 Bij het uitspitten van de ingezaaide prei blijkt vaak opnieuw het belang van losse grond. Soms is de grondlaag waar de prei in wortelt één harde bonk geworden. Het uitpoten wordt dan een tijdrovende klus, omdat eerst de wortels moeten worden losgemaakt. Dit kan met behulp van een emmer water. Zet de uitgespitte prei voor het uitpoten zoveel mogelijk rechtop weg. Gaat u bij het uitspitten te ruw te werk dan kan de stengel onbedoeld zomaar beschadigd raken, met een slechte start van de plant als gevolg.Prei kan  zowel worden uitgepoot in vooraf gemaakte ruggen als in vooraf gegraven geulen. Meestal geldt: hoe dieper de plant wordt weggezet, hoe mooier (want hoe langer) de witte schacht, maar let wel op dat u het groeipunt niet met grond bedekt.

 → Wel of niet inkorten?

„Voor het uitpoten de wortels en de bladeren een beetje inkorten.” Dat advies heeft u ongetwijfeld weleens gehoord bij de aankoop van jonge preiplantjes, maar waar komt het vandaan? Het belangrijkste argument hiervoor zou kunnen zijn dat inkorten productieverhogend werkt, maar uitgerekend dat is gek genoeg in geen enkel onderzoek nog aangetoond. Integendeel, het niet inkorten levert vaak betere opbrengsten op. Moet de jonge preiplant dan altijd zonder enige bewerking in het plantgat worden gezet? Dat is iets te kort door de bocht, want soms zijn de wortels al zover ontwikkeld dat een stukje inkorten alleen al uit praktisch oogpunt makkelijk is. En het blad kan bij het uitpoten soms al slechte plekken bevatten. Die kunnen natuurlijk worden wegggeknipt. Uiteindelijk luidt tip 5 daardoor:

  Wees bij het uitpoten terughoudend met het inkorten van wortels en bladeren. Doe dat niet meer dan strikt noodzakelijk is.

  Ziezo, nu we kennis hebben genomen van deze basisbeginselen kan de teelt eigenlijk niet meer mislukken. Of? Ja, helaas toch wel, want tuinieren doen we nu eenmaal niet in een beveiligde laboratoriumomgeving maar lekker buiten in de polder. En daar liggen plaagdieren, insecten, (bodem)schimmels en virussen op de loer. Als plaagdieren noem ik hier de muis en de woelrat. Daar kunnen we flink last van hebben, al is de aangerichte schade veelal incidenteel en bedreigen deze viervoeters zelden de totale oogst. Voor de veenmol, een beschermd insect, geldt min of meer hetzelfde.Virussen kunnen wel bedreigend zijn voor de totale oogst, aangezien ze door vele soorten bladluizen in korte zuigtijden kunnen worden overgebracht. Ik noem hier alleen het preigeelstreepvirus dat vooral de winterprei kan aantasten. De beste remedie hiertegen is kiezen voor een resistent ras, zoals de al genoemde blauwgroene herfst- of winterprei. Andere insecten dan de veenmol die eveneens vele malen schadelijker kunnen zijn, zijn de bladluis, de preimot, de uievlieg, de preimineervlieg en de uiemineervlieg. De luizen scheiden honingdauw af waardoor schimmelaantasting kan ontstaan en ze brengen zoals gezegd virussen over. Spuiten dus!                                         De motjes en vliegjes veroorzaken de ellende allemaal op dezelfde manier: ze leggen eitjes, waarna de uitgekomen larven en rupsen een enorme vraatschade kunnenaanrichte n. De uiemineervlieg en de uievlieg verschijnen in mei en juni en zijn dus vooral schadelijk voor de jonge plant. Ik noem hier vooral de maden van de uievlieg die het groeipunt wegvreten en de plant vatbaar maken voor preirot. De preimot, die meestal wat later in het seizoen komt en daarmee als het ware de uievlieg aflost, boort zich vanaf het blad een weg naar het hart van de plant. De larven van de preimineervlieg zijn zelfs bestand tegen lichte nachtvorst en kunnen tot in de wintermaanden aan toe schade aanrichten. Een insectennet zetten, helpt en anders moeten we ook hier met de spuit aan de slag. Dan de (bodem)schimmels. Zij zorgen voor bladvlekken en/of roest, maar beschadigen met een beetje geluk de stengels niet.

 → Stro

Omdat de aantasting plaatsheeft vanuit de grond wordt de bodem ter preventie of bestrijding soms wel afgedekt met stro. Het aanbrengen van een dikke laag oud stro werkt daarbij het meest effectief en kan ook behulpzaam zijn bij het onderdrukken van de onkruidgroei. We vervolgen dus met tip 6:

  Ter voorkoming en/of bestrijding van bodemschimmels en ter onderdrukking van de onkruidgroei kunt u tussen de preiplanten een dikke strolaag aanbrengen. Kiest u daarvoor, doe dat dan een week of zes na het uitplanten.

 Zijn we er zo? Nou, soms val je net voordat een krantje naar de drukker moet aan de praat met collega-tuinders over prei. Iemand stelt een vraag over de gewenste zaaitemperatuur waar op dat moment geen mens een zinnig woord over kan zeggen. Tot je samen op het idee komt om eerst de tekst op het zaadzakje maar eens grondig te lezen. En wat staat daar? Zaaien onder glas in de maanden januari/ februari bij een temperatuur van ±18° C. Asjeblieft! Zulke temperaturen zijn alleen maar te realiseren in de vensterbank (behalve ’s nachts) en dan zul je nog behoorlijk moeten doorstoken. Met dit type zaad – het ging over de zomerprei Malabare – begin je in je koude kasje niks, of je moet wel heel veel geluk hebben.

 → Instructie zaadzakje

Welke temperaturen vereist zijn om het zaad de kans te geven goed te ontkiemen, is in veel gevallen terug te lezen op het zaadzakje. Zo komen we bij tip 7:

  Raadpleeg altijd de tekst van het zaadzakje om te bezien of u kunt voldoen aan de aanbevelingen over de beste kweek.

Tot slot nog een uitsmijter/ nabrander voor de liefhebbers. In veel tuinhandboekjes staat onder het kopje ”Prei” terecht te lezen dat de prei een tweejarig gewas is en wel kan uitgroeien tot een plant die tot je middel reikt. Als je dat leest, denk je: huh? Dat moet een vergissing zijn. Maar let maar eens op wat er gebeurt als je je prei niet oogst en laat overwinteren, of als je niet ingrijpt wanneer een preiplant zichzelf heeft uitgezaaid. Dan komt er alsnog een stengel van ruim 1 meter tevoorschijn, met bovenin een flinke en pluizige zadenbol. Het lijkt net toverkunst!

 → Wilde plant

Wie prei kweekt, doet dat uiteraard vooral om de plant te kunnen oogsten en eten. Experimenteren met een plant kan echter ook heel leerzaam zijn. Daarom besluiten we met tip 8:

  Bent u benieuwd hoe een preiplant in het wild eruit ziet, geef enkele overblijvende planten dan eens de kans om te overwinteren en door te groeien. U zult versteld staan over het resultaat (red.)